Donderdag 25 juni hebben we, de 4 ISB-2008 projecten, onze projecten gepresenteerd op de Overdrachtsconferentie in de OBA. Het ochtend programma stond in het teken van Mediawijsheid; de middag was gereserveerd voor een carrousel langs alle vier de projecten.
’s Ochtends was ik onder de indruk van Esther Hammelburg, universitair docente op de Hogeschool van Amsterdam. Zij gaf ons mee dat de kernbegrippen uit de definitie van Mediawijsheid zijn: Functioneel, Inspirerend en Alert. Dat zijn begrippen waar ik me helemaal in kan vinden (zie ook mijn blogteksten mbt de 23-dingen). Zij ziet Mediawijsheid als instument voor actief en volledig burgerschap. Ze plaatst onze activiteiten in een internationaal perspectief en haalt herhaaldelijk Henry Jenkins aan. Hij heeft o.a. 12 competenties beschreven die van essentieel belang zijn voor mediawijsheid. Om zijn blog eens te bekijken: klik hier.
Als voorbeeld van wat media kunnen doen liet Esther het voorbeeld zien uit Zweden van “The truth about Marika”. Hiermee is op transmediale wijze (crossmediaal) een burgerlijk participation drama geproduceerd. Kijk en huiver… The truth
Na de carrousels sprak o.a. Prof. Dr. John MacKenzie Owen, destijds juryvoorzitter, een woord over zijn bevindingen van de dag. Er was veel goeds, maar meer nog te verbeteren volgens hem. Deze vier projecten maakten Nederland nog niet veel mediawijzer, zeker niet als je de deelnemers afzet tegen het totaal inwoneraantal van Nederland. Zijn verwachtingen waren hooggespannen. Zo had hij ook gehoopt dat er boven de projecten uit visie en beleid gevormd was naar aanleiding van deze vier projecten. Ik denk dat ik ook namens de andere drie projecten spreek als ik zeg dat we dat graag gedaan hadden, maar daarvoor tijd nog middelen beschikbaar hadden. Jammer dus dat er geen ISB2009 gelden zijn om dat mooie, hogere doel te verwezenlijken. Ondertussen blijf ik vanuit de serviceorganisatie van Gelderland m’n best doen Mediawijsheid tussen ieders oren te krijgen.
Het duizelt me wel van de modellen en issues. Zouden alle eigenaren van websites zo nadenken over hun sites? Volgens mij niet. En maar beter ook, anders hebben wij na afloop van deze studie niets te adviseren!!!
Creativiteit en talentontwikkeling in school en vrije tijd was de ondertitel van het Congres van Edu-Art op 13 mei 2009.
Hieronder een impressie…
Aftrap door Prem Radhakishun, de Prem van “De school van Prem“. Een inspirerende inleiding over zijn verleden: “vanuit Suriname met 7 gulden op zak in Nederland naar 2-hoog-achter”, maar met twee cadeaus van z’n ouders: opleiding (VWO) en cultuur. Z’n vader had een radiostation waar heel veel gemusiceerd en gedanst (!?!) werd. Hij dook in Nederland dan ook meteen de openbare bibliotheek in. Hij riep de grijze muizen uit het onderwijs op om per 1 september massaal te staken voor klassen van maximaal 18 leerlingen.
Vervolgens de presentatie “Toeval gezocht”, over creativiteit en jonge kinderen. Annemieke Huisingh is een voorstander van de uitgangspunten van Reggio Emillia, waarbij kinderen zelf aangeven wat ze maken. Onderzoek en experiment staan daarbij centraal. Samen met wetenschapsjournalist Mark Mieras (boek: “Ben ik dat?”) die vertelde over hersenonderzoek. Hij benadert creativiteit en talentontwikkeling vanuit de neuropsychologie. Hij gaf aan dat het kind de keuze heeft uit minstens 100 talen en vanuit de zaal werd een discussie aangeslingerd over de verschillende vormen van intelligentie. Toeval gezocht brengt pedagogie, hersenonderzoek en kunst met elkaar in verbinding. http://www.toevalgezocht.nl/site
Het middagprogramma werd begeleid door Annemarie van Gaal (die in Moskou Independant Media heeft opgericht en bekend van televisieprogramma Dragon’s Den). Zij had hier meer grip op de materie dan bij U game U learn 09 waar ze ook dagvoorzitter was. Ze had deze middag duidelijk voorbesproken met de gasten en dat kwam de output ten goede. Zij leidde drie sprekers in: Peter Hermans, die talentenontwikkeling onderzoekt. Hij definieert voor ‘t gemak talent als: “het vermogen om iets goed te kunnen doen”. Creativiteit versus doorzettingsvermogen. Ik moest direct weer aan “Beyond the game” denken. Een uitstekend voorbeeld in dit kader, maar met een zaal vol creatievelingen wint het “ontwikkelen van talent en creativiteit” het op het “doorzetten tot het doel bereikt is”. Volgens Peter kun je door connaisseurschap talent leren herkennen. Erik Matser: neuropsycholoog, verbonden aan voetbalclub Chelsea en voorheen onderzoeker van dementie bij jonge boksers (1 op de 5 boksers krijgt daar rond z’n 30ste levensjaar mee te maken). Volgens hem heeft toptalent te maken met wiskundige processen en zijn alle schitterende acties in de voetbalwereld berekende processen. De snelheid van informatieverwerking is volgens hem crusiaal, zeker ook in de voetbal. Hij gaf zelfs voorzichtig aan dat er misschien wel verschil is in snelheid waarmee hersenen waarnemen. Ad Verbruggen , filosoof en met een achtergrond van artificial intelligence. Jonge vent, 42 jaar en een “grote bek”. Kennismaatschappij: bullshit. Wat is dat dan??? In hoeverre is talent belangrijk voor op school? Hij stelt dat school eerst maar eens de basis goed moet meegeven. Daarnaast is betrokkenheid (eros), de liefde voor…. Van wezenlijk belang. Nietsche omschreef drie stadia waar je doorheen moet om talent en creativiteit te kunnen laten bloeien:
De kameel (last dragen à niet alle begin is leuk à oefenen op de viool), de leeuw (schreeuw waarmee je je los maakt van de geëigende paden van je voorouders à eigenzinnigheid) en tot slot het spelend kind dat mijn zijn creativiteit aan de gang kan.
Het slotdebat leverde niet zoveel nieuwe zienswijze op. Debatteren aan het einde van zo’n dag is niet voor iedereen weggelegd. De vragen uit de zaal waren veel te groots en te complex. Ze kregen te veel ruimte van Annemarie en de vragen werden beantwoord door reeds verkondigde stellingen te herhalen. Tot slot twee dansers van Introdans die de zaal nog even “lekker soepel” maakten alvorens men richting de borrel kon.
Opdracht 1:
Wat betekent de verandering in medialandschap nu voor ons als:
Alvorens ik inga op de drie gevraagde perspectieven, wil ik graag openen met de stelling dat het aanbod aan media er niet overzichtelijker op wordt. Dat geldt voor alle drie de perspectieven.
a) Consument
De consument krijgt dermate veel media aangeboden, dat er keuzes gemaakt zullen moeten worden. Welke (en hoeveel) media kan een “normaal” mens consumeren? Hoe maak je als consument een goede keuze of mix uit het totale aanbod?!? Volgens mij ligt daar een schone taak voor de Bibliotheekland! Naast proberen de hele bevolking mee te krijgen in de digitale wereld van internet, mobieltjes en Twitter, zouden we als degelijke, neutrale en kwalitatief betrouwbare grootste club van Nederland (8 miljoen gebruikers) deze mensen kunnen adviseren in hun mediagebruik.
Maar nu weer even terug naar het perspectief van de consument. Nieuwe dingen doen, gaat op den duur betekenen dat de consument andere (oudere?) dingen moet gaan laten. Net als in ons dagelijks werk waar innovatie en nieuwe projecten toverwoorden zijn, zullen er keuzes gemaakt moeten gaan worden. Voor mijzelf als consument bijvoorbeeld betekent het dat de tijd die ik nu extra doorbreng op internet ten koste gaat van het lezen van tijdschriften en het kijken van televisie.
b)Adverteerder
Als adverteerde wordt het anno 2009 ook steeds moeilijker te bepalen hoe en waar je je budget voor reclame inzet. Dat betekent dat je drommels goed in de gaten moet hebben wie je doelgroep is en waar die doelgroep gebruik van maakt (van welke media). Dus eerst doelgroep bepalen, die onderzoeken op mediagedrag (en dat bij blijven houden) en dan proberen op “kekke” wijze deze doelgroep aan te spreken. Een ander nadeel van de medialiserende wereld om ons heen is dat de consument zoals hierboven beschreven keuzes zal gaan maken en soms afscheid neemt van “ouwe getrouwe” media. (Ik lees de Libelle al een jaar of drie niet meer )
Voordelen zijn er ook: Eén daarvan is dat je steeds meer en specifiekere doelgroepen op hun eigen wijze kunt benaderen, met gebruikmaking van verschillende media. Een ander voordeel is dat je kunt proberen een crossmediale campagne op te zetten, maar daar kan ik zo nog geen goede voorbeelden van bedenken.
c) Media/Reclamebureau
Als professional op de markt van de media zul je dus heel goed op de hoogte moeten zijn van de ontwikkelingen die er gaande zijn en het liefst zou je deze nog een stapje voor zijn… Niet alleen op de hoogte zijn, maar ook de specifieke kenmerken kunnen benoemen, weten wie er wanneer gebruik van maakt en welk bereik deze nieuwe media hebben. En vervolgens een bewuste keuze maken voor één medium, of een mix aan media (crossmediaal), al nar gelang je boodschap en je doelgroep. Voordeel is wel dat je erg creatief kunt omgaan met je media-inzet. Soms zul je met een nieuw medium op een bepaalde doelgroep een goede indruk kunnen maken, en soms zul je ook -bewust- beter een vertrouwd medium kunnen benutten. Het medialanschap anno 2009 maakt het werk van de communicator niet makkelijker. Het wordt steeds complexer. Dat kan ook als aantrekkelijker gezien worden en zal zeker een steeds groter beroep op creativiteit doen. De consument zal zich de komende x-tal jaar steeds nog graag laten verrassen…
Afsluitend
Tot slot wil ik graag terugkomen op mijn algemene stelling aan het begin. Alle drie de partijen vanwaaruit we het perspectief hebben genomen zullen in ieder geval veel baat hebben bij apperatuur, hardware, gadgets of hoe je het ook noemen wil, dat meerdere (liefst) alle media in één oogopslag toegankelijk maakt en overal toegankelijk, bereikbaar en toepasbaar is.
In zijn slideshow (110) slides vertelde hij het verhaal dat hij ook in het minicollege heeft gehouden tijdens de presentatie van de opleiding. De meeste toepassingen zijn me bekend en de cijfers trappen vooral open deuren in, maar hij heeft e.e.a. mooi op een rij staan en heeft beloofd de volgende twee lessen dieper op de materie in te gaan. Ondertussen worden we uitgedaagd te gaan twitteren. Wordt vervolgd en wie me wil volgen via Twitter, ook daar onder de naam Sinkelservice…
Maandagavond dus getwitterd. Dit naar aanleiding van ons kenniscafé. Herman en ik gaven een presentatie van “onze” ISB projecten en daarna wilden we wat “leven in de brouwerij”. We kregen de collega’s wel van de stoel, maar niet iedereen ging even actief aan het twitteren. Inmiddels toch een zestal actievelingen, al halen we het tempo niet van RitaNila, ZBdigitaal en joukeinenschede. We hebben denk ik ook niet zoveel te melden als zij . Waar het volgens mij echter om gaat is dat we zo toch een goede reden hebben gevonden om weer eens kritisch te kijken naar een internettoepassing. En dit zonder dat het een verplicht ‘ding” is.
Dinsdag stond in het teken van alternatieven voor de NOMC, zowel op MBO als op HBO-niveau en had een discussie moeten opleveren over de BIEBviewer. Die discussie stellen we nog even uit, tot Probiblio ook aansluit… Vrijdag was ISB-dag. Overleg met de 4 gehonoreerde projecten van de ISB2008. We gaan de projecten presenteren in het voorprogramma van de VOB-ledenvergadering op 18 juni (directies). Een week later hebben we een goed programma rondom de vier projecten voor specialisten van bibliotheken en uit het onderwijs in de OBA.
Dus noteer de datum alvast: 25 juni ISB2008 in de OBA, met o.a. My Life Story.
Ondertussen presenteren we de uitkomsten van de pilots van My Life Story van het afgelopen najaar op 21 april aan de Gelderse directies en specialisten.
En dan nog vrijdagmiddag met Joris en Teun naar de
film Beyond the Game. Interessante documentaire voor mij. Wat me opviel: Sky en Grubby zijn twee totaal verschillende spelers: Sky die door doorzettingsvermogen en training wint en de ander, Grubby, door slim strategigsch inzicht en een volgens mij bovenmatige intelligentie. Grubby zelf vetelde ook dat hij probeerde steeds weer een creatievere oplossing voor de strijd te bepalen… Dan vond ik het interview met de ex-gamer Madfrog erg indrukwekkend. Hij gaf aan door het gamen een vooruitziende blik, een soort helderziendheid te hebben ontwikkeld, waar hij in het dagenlijks leven ook profijt van heeft. Doordat hij van te voren alle mogelijke strategiën van z’n tegenstander probeerde te doorgronden, wist hij vaak wat die tegenstander ging doen. In het gewone leven is dat niet anders en in het verkeer is dat soms, zelfs in Zweden, erg handig! Kortom: gamen is een serieuze sport en een TOPsport, die alleen weggelegd is voor de snelle en intelligente speler. Ik vind de vergelijking met het schaakspel meer dan op z’n plaats na het zien van deze docu.
Wat betreft twitteren als bibliotheek in relatie met je publiek wordt het wiel al door Enschede uitgevonden zie ik in de commentaren van Moqub’s blog over twitteren en de bibliotheken.
Ik ga morgen met 32 collega’s van Biblioservice Gelderland twitteren. Zet ze gewoon voor t blog/haha …blok. Na een presentatie over ISB-project “My Life Story”, moeten ze hun mening geven via twitter. Ze (consulenten, consultants en het management) krijgen een half uur om (desnoods in tweetallen) per mobiel of pc een twitterbericht te sturen naar bee_es_gee. Benieuwd naar de opbrengst? Voeg ons toe. Ik maak een berichtje voor Bibliotheekblad… Ennuh…ik neem binnenkort contact op met Enschede!
Er is deze week nogal wat opschudding ontstaan naar aanleiding van een e-mail van onze zeer gewaardeerde collega Kees Hamann. In deze mail biedt Kees de bibliotheekdirecteuren van Nederland aan dat ze de door hem ontwikkelde blogteksten kunnen kopen. Het betreft een aanbod voor gemeenteambtenaren (15 dingen) en docenten in het onderwijs (11 dingen). Graag geef ik jullie mijn visie op het aanbod van Kees.
Zeeland heeft al één van de eerst provincies de 23Dingen omarmd en heeft dientengevolge een aantal mediavaardige bibliothecarissen in huis. Net als wij op 17 februari in De Droom in Elst hebben gedaan, is Zeeland ook gaan nadenken over welke doelgroepen nog meer interesse zouden kunnen hebben in mediavaardigheid (let wel, dat is nog niet mediawijsheid…). En Zeeland heeft daar twee doelgroepen toe benaderd en voor hen de 23Dingen stof aangepast in resp. 11 en 15 dingen.
Wat betekent dit voor Gelderland en voor de lokale bibliotheek? Naar mijn mening is het noodzaak eerst intern een groot aantal mensen de 23Dingen te laten doorlopen en hen als trainer/coach op te leiden (dat is nog niet iedereen gegeven). Vervolgens kan er naar andere doelgroepen in het werkgebied gekeken worden. En dan ligt de kracht van het aanbod in het feit dat je samen met de beoogde klant een keuze maakt uit de 23Dingen voor deze klant. En die behoefte zal per klant verschillen, kan en zal zelfs per school verschillen. Het belangrijkste instrument in dit aanbod zijn echter de goed opgeleidde trainers/coaches die de begeleiding op zich nemen. Zo kan de bibliotheek zich nestelen in de samenleving.
Dus het verenigen van je interne kracht met een 100% op de klant gericht aanbod zijn mijns inziens de wapens in de strijd en daar hebben we de blogs die Kees Hamann aanbiedt niet bij nodig. Ik stel wel voor dat we Kees een dikke kus geven voor zijn les in ondernemerschap die hij met deze mail door Nederland verspreid heeft. En, wellicht onbewust, heeft hij ons zo toch getrakteerd op dat wat wij in Gelderland zo graag voor elkaar willen brengen: kennisdeling.
Laten we deze mailwisseling aangrijpen om de medewerkers van de bibliotheken te motiveren voor de 23Dingen en hen ervan te overtuigen dat ze bezig zijn met een zeer belangrijke ontwikkeling in het bibliotheekwerk (en dat ze op deze wijze een stukje van hun werkzaamheden in de nabije toekomst kunnen waarborgen). En laten we ondertussen niet op onze lauweren rusten, maar de reeds “afgestudeerde 23Dingers” faciliteren en stimuleren door te gaan op het ingeslagen pad!
Afgelopen week op ‘t werk niet bezig geweest met onze bijeenkomst in De Droom, maar eigenlijk ook weer wel.
Eerst wil ik hier aangeven dat web 2.0 werken en de 23 dingen mij dus nu persoonlijk zowel als voor het werk een geweldige “opbrengst” brengen, doordat “de bloggers” een prima analyse gegeven hebben over wat er speelde in Elst. WoWter trekt de inhoud van de analyse zelfs door naar één van de Gelderse bibliotheekdirecteuren, Sjaak Driessen, en geeft mij hiermee weer een basis om de discussie voort te kunnen zetten met de Gelderse Directeuren.
En natuurlijk lag het iets gechargeerder dan Wouter in zijn blog aangeeft, maar ik wil hem toch graag citeren. Dit citaat is voor mij een uitgangspunt om beleid op te kunnen maken! Tnx … Komt het citaat:
WoWter: “Daarom ben ik zo verbaasd, verbolgen eigenlijk, over de uitkomst van de brainstorm in Elst, waarin geconcludeerd wordt dat ‘het management’ de lijnen moet uitzetten. Maar hoe bottom-up de beweging ook mag zijn, ondersteuning en ruimte van het management voor de dromers en de vernieuwers is wel noodzakelijk. Maar helaas voor de managers, de bottom up beweging gaat niet zover dat we de jaarlijkse begroting bij de subsidiegevers veiligstellen. Wat dat betreft blijven de managers en directeuren nodig opdat de medewerkers kunnen dromen, durven en doen.”
Waar ik van de week dus wel druk mee was, kwam direct voort uit de bijeenkomst in Elst. Daar hoorden we van collega Juul Hermkens van Bibliotheekhuis Limburg dat zij een kennisdelingstool hebben aangeschaft en dit nu breed aan het introduceren zijn. Haar collega Jos Erdkamp heeft ons afgelopen donderdag een fantastische presentatie gegeven en inzicht in hun systeem via TeamViewer = desktop sharing. Het was éénrichtingsverkeer, dus of het tot de web 2.0 applicaties behoort, durf ik niet te zeggen, maar erg mediawijs was het in ieder geval wel. Met 5 Biblioservers in de bestuurskamer in Arnhem-Zuid en Jos in Sittard hebben we 5 retourtjes en heel veel reistijd uitgespaard, plus dat we op enorm korte termijn heel veel kennis hebben kunnen delen. Voor meer informatie verwijs ik graag naar Jos Erdkamp, of voor direct contact z’n e-mail: jos.erdkamp@bibliotheekhuis.nl met dank aan Limburg voor de kennisdeling!!!